Leer alles over rechte lijnen, hellingen en functies van de vorm f(x) = ax + b — stap voor stap
De eenvoudigste eerstegraadsfunctie
Een eerstegraadsfunctie met de vorm f(x) = ax waar a ∈ ℝ₀ (a mag niet nul zijn) is een functie waarbij x het exponent 1 heeft.
De grafiek is een rechte lijn die door de oorsprong O(0,0) gaat.
Om de grafiek van f(x) = ax te tekenen heb je twee punten nodig:
Teken de grafiek van f(x) = −2x
Voor f(x) = −2x:
| x | −2 | −1 | 0 | 1 | 2 | 3 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| f(x) | 4 | 2 | 0 | −2 | −4 | −6 |
Opmerking: x en f(x) zijn recht evenredig. Als je x met 2 vermenigvuldigt, wordt f(x) ook met 2 vermenigvuldigd. De evenredigheidsfactor is a (in dit geval −2).
Bij f(x) = ax spreken we van een recht evenredig verband tussen x en f(x):
Dit betekent: als x stijgt, stijgt f(x) ook (wanneer a > 0), en ze doen dit steeds in dezelfde verhouding.
Hoe stijgend of dalend is de lijn?
Voor f(x) = ax is de richtingscoëfficiënt (afgekort: rico) het getal a.
Dit is ook gelijk aan het differentiequotiënt:
Dit quotiënt is altijd hetzelfde, ongeacht welke twee punten je kiest op de lijn.
De lijn gaat omhoog (van links naar rechts). We zeggen: de functie is stijgend (↗). Hoe groter a, hoe steiler.
De lijn gaat omlaag (van links naar rechts). We zeggen: de functie is dalend (↘). Hoe kleiner a (meer negatief), hoe steiler.
Als je twee punten op de lijn hebt, kun je rico uitrekenen:
Twee punten: P(1, 3) en Q(5, 11). Bereken rico:
De lijn stijgt: voor elke stap naar rechts, ga je 2 stappen omhoog.
Kijk naar het patroon op de grafiek:
Van P(0, 1) naar Q(2, 5): Δy = 4, Δx = 2, dus rico = 4/2 = 2. De lijn stijgt met 2 per x-stap.
Rechte lijnen die niet per se door de oorsprong gaan
Een eerstegraadsfunctie met de vorm f(x) = ax + b waarbij a ∈ ℝ₀ en b ∈ ℝ (a mag niet nul zijn, b mag wel).
a is weer de richtingscoëfficiënt (rico) โ het bepaalt de helling.
b is de y-as-snijding โ het punt waar de grafiek de y-as kruist.
De grafiek van f(x) = ax + b is gewoon de grafiek van f(x) = ax verticaal verschoven door b eenheden:
Schuif de lijn omhoog met b eenheden.
Schuif de lijn omlaag met |b| eenheden.
De grafiek van f(x) = ax + b snijdt de y-as op het punt:
Waarom? Als x = 0, dan f(0) = a·0 + b = b.
f(x) = 3x + 6:
Trek een lijn door Sy(0, 6) en P(−1, 3).
Twee methodes om f(x) = ax + b te tekenen:
Teken punt (0, b). Gebruik rico om volgende punten te vinden: zet a stappen omhoog per 1 stap naar rechts.
Bereken twee punten door willekeurige x-waarden in te vullen, teken ze, trek de lijn.
Domein, bereik, nulwaarden, verloop...
Alle eerstegraadsfuncties f(x) = ax + b (met a ≠ 0) hebben deze kenmerken:
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Domein | dom f = ℝ (alle reële getallen) |
| Bereik | ber f = ℝ (alle reële getallen) |
| Nulwaarde | x = −b/a (los ax + b = 0 op) |
| Nulpunt | (−b/a , 0) |
| Y-as-snijding | Sₓ(0 , b) |
| Extrema (max/min) | geen โ het is een rechte lijn |
| Verloop (a > 0) | ↗ stijgend |
| Verloop (a < 0) | ↘ dalend |
Voor f(x) = ax + b bepaal je waar de functie positief (+), nul (0) of negatief (−) is:
| x | −∞ | −b/a | +∞ | ||
|---|---|---|---|---|---|
| f(x) | − | − | 0 | + | + |
Links van nulwaarde is f(x) < 0, rechts is f(x) > 0.
| x | −∞ | −b/a | +∞ | ||
|---|---|---|---|---|---|
| f(x) | + | + | 0 | − | − |
Links van nulwaarde is f(x) > 0, rechts is f(x) < 0.
Van gegevens naar f(x) = ax + b
Als je de rico a kent en één punt P(x₀, y₀) op de lijn, kun je b vinden:
Rico = 2, en de lijn gaat door P(−2, 4).
Als je twee punten P(x₁, y₁) en Q(x₂, y₂) hebt, bereken je eerst a, dan b:
P(−1, 3) en Q(3, 5). Bepaal het voorschrift.
Voor het voorbeeld f(x) = (1/2)x + 7/2:
Snijpunten vinden en intervallen bepalen
Om twee functies f en g gelijk te stellen, zoek je het punt waar hun grafieken elkaar kruisen:
f(x) = 2x − 1 en g(x) = −x + 5. Waar snijden ze?
Om te zien waar f(x) > g(x):
Voor f(x) = 2x − 1 en g(x) = −x + 5 (snijpunt x = 2):
Links van x = 2 ligt g boven f. Rechts van x = 2 ligt f boven g.
Dus: f(x) > g(x) voor x > 2.
Test je kennis van eerstegraadsfuncties!
Gegeven: f(x) = 4x
a) Bereken f(−4) =
b) Bereken f(0) =
c) Bereken f(2) =
d) Voor welke x is f(x) = −12? x =
a) f(x) = −5/2 x. Wat is rico f?
b) g(x) = 2/3 x. Wat is rico g?
c) Welke functie is stijgend?
Gegeven: f(x) = −3x + 3
Vul de ontbrekende waarden in:
| x | −2 | 0 | 1 | 3 |
|---|---|---|---|---|
| f(x) |
Gegeven: f(x) = −3/8 x − 2
a) Nulwaarde (los op f(x) = 0): x =
b) Snijpunt y-as: (0, )
c) Stijgend of dalend?
Een lijn heeft rico 2 en gaat door P(−1, 1). Bepaal f(x).
f(x) =
Een lijn gaat door P(−2, 2) en Q(2, 4). Bepaal f(x).
a) Rico a =
b) f(x) =
Gegeven: f(x) = 4/7 x − 8. Welke punten liggen op de grafiek?
A(7, −4):
B(17, 12/7):
C(−7, −12):
Lotte adopteert een Senegal-papegaai (Yoda). Na 1 jaar bedraagt de totale uitgaven €946, na 2 jaar €1466.
a) Bepaal de functie p(t) = at + b, waarbij t = jaren.
Rico a = €/jaar
b) De startkosten zijn b = €
c) Na 35 jaar: totaal = €
d) Als totaal €19666 is, hoe oud is Yoda? t = jaar