Cartesische vergelijkingen, twee rechten die samenkomen, en drie manieren om een stelsel op te lossen β stap voor stap
Vier manieren om de richtingscoΓ«fficiΓ«nt te bepalen β onmisbare voorkennis
Voor stelsels moet je vlot werken met eerstegraadsfuncties. De rico (richtingscoΓ«fficiΓ«nt) is de helling van de rechte. Je kunt hem op vier manieren bepalen:
Bij een functie van de vorm f(x) = ax + b is a de rico.
f(x) = 3x + 4 → rico = 3
f(x) = −5x + 12 → rico = −5
f(x) = (1/2)x → rico = 1/2
Kies twee duidelijke roosterpunten op de rechte en bereken:
Heb je twee punten A(x1, y1) en B(x2, y2)? Pas dezelfde formule toe:
A(−1, 0) en B(0, −2):
Functievoorschrift: f(x) = −2x − 2 (b = −2 want de lijn snijdt y-as op −2)
Als je de hoek α kent die de rechte met de positieve x-as maakt:
Hellingshoek α = 72Β° → rico = tan(72Β°) ≈ 3,08
Maar let op: als de lijn daalt (van links naar rechts), dan is de rico negatief: rico ≈ −3,08.
Drie manieren om dezelfde rechte op te schrijven
Een eerstegraadsfunctie kun je op drie manieren noteren. Het zijn verschillende vormen van dezelfde rechte.
| Naam | Voorbeeld |
|---|---|
| Functievoorschrift | f(x) = 2x + 7 |
| Functievergelijking | y = 2x + 7 |
| Cartesische vergelijking | −2x + y − 7 = 0 |
Bij de cartesische vergelijking staat alles links van het =-teken en rechts staat 0. Alle x- en y-termen worden naar één kant verplaatst.
r: ux + vy + w = 0
met u, v, w ∈ ℝ
Voorwaarde: u en v mogen niet tegelijk gelijk zijn aan 0.
w = 0 over β dat is geen vergelijking van een rechte meer.Werk in 3 stappen:
f(x) = 2x + 7
(Je mag ook schrijven: −2x + y − 7 = 0 β beide zijn correct.)
Hier doe je het omgekeerde: isoleer y.
r: 3x + 2y − 6 = 0
De rico is −3/2 en de lijn snijdt de y-as in (0, 3).
Voor een verticale rechte (// y-as, vorm x = k):
Voor twee punten A(−4, 1) en B(−4, 5):
Ξx = −4 − (−4) = 0 → rico = Ξy/0 = niet gedefinieerd
De rechte heeft vergelijking x = −4 → cartesisch: x + 4 = 0.
Bij elke cartesische vergelijking kun je snijpunten met de x-as en y-as berekenen:
Vul x = 0 in en bereken y.
Bestaat NIET als de rechte // y-as is (x = k).
Vul y = 0 in en bereken x.
Bestaat NIET als de rechte // x-as is (y = b β 0).
r: 3x + 2y − 6 = 0
q: 4x − 2y = 0 (door oorsprong, w = 0)
x = 0 β −2y = 0 β y = 0; y = 0 β 4x = 0 β x = 0.
Beide snijpunten vallen samen in O(0, 0) β de oorsprong.
s: 3x − 9 = 0 → x = 3
Sx(3, 0); geen Sy (verticale lijn snijdt y-as nooit, tenzij ze samenvalt met de y-as).
t: 2y − 4 = 0 → y = 2
Sy(0, 2); geen Sx (horizontale lijn snijdt x-as nooit, tenzij y = 0).
Afhankelijk van de waarden van u, v en w krijg je een ander type rechte
Bekijk in r: ux + vy + w = 0 welke coΓ«fficiΓ«nten nul zijn:
5x + 3y = 0
u=5, v=3, w=0 → door oorsprong
y isoleren: y = (−5/3)x → lijn door (0,0).
7y + 3 = 0
u=0, v=7, w=3 → // x-as
y isoleren: y = −3/7 → horizontale lijn.
−8x − 5 = 0
u=−8, v=0, w=−5 → // y-as
x isoleren: x = −5/8 → verticale lijn.
−3x + 4y − 6 = 0
u, v, w allemaal ≠ 0 → schuine rechte
y = (3/4)x + 3/2 → gewone schuine lijn.
Vier situaties β telkens een vast stappenplan
Het stappenplan is bijna altijd hetzelfde:
Hieronder behandelen we vier specifieke situaties.
Je weet: de rechte gaat door O(0, 0) en door één gegeven punt.
Stel de cartesische vergelijking op van de rechte door O(0, 0) en P(4, 3).
Je krijgt twee punten P(x1, y1) en Q(x2, y2) die niet noodzakelijk in de oorsprong liggen.
P(−3, 2) en Q(1, 8)
Een horizontale rechte heeft de vorm y = constante. Alle punten op de lijn hebben dezelfde y-coΓΆrdinaat.
P(−3, 4) en Q(1, 4) β beide hebben y = 4.
Een verticale rechte heeft de vorm x = constante. Alle punten op de lijn hebben dezelfde x-coΓΆrdinaat.
P(6, 4) en Q(6, −3) β beide hebben x = 6.
Heel handig en sneller dan via 2 punten: je krijgt direct de rico en één punt waar de rechte doorgaat.
y = ax + b.De rechte r heeft rico = −5 en gaat door R(8, −4).
Twee evenwijdige rechten hebben dezelfde rico. Dat is dΓ© sleutel.
Stel de cartesische vergelijking op van de rechte r die evenwijdig is met s: 2x − y + 1 = 0 en door S(4, −1) gaat.
Twee rechten samen: waar snijden ze elkaar?
Een stelsel is een samenvoeging van twee eerstegraadsvergelijkingen met twee onbekenden.
Notatie (met accolade { ):
met u1, u2, v1, v2, w1, w2 ∈ ℝ en u, v niet tegelijk 0 in elke vergelijking.
Een oplossing is een koppel reΓ«le getallen (x, y) dat aan beide vergelijkingen voldoet.
Grafisch: Bepaal het snijpunt van de twee rechten die bij de gegeven eerstegraadsvergelijkingen horen.
Hoe twee rechten elkaar snijden bepaalt hoeveel oplossingen het stelsel heeft.
| Geval | Aantal oplossingen |
|---|---|
| β Snijdende rechten (verschillende rico) | 1 oplossing β namelijk het snijpunt |
| β‘ Strikt evenwijdige rechten (zelfde rico, verschillende b) | geen oplossingen |
| β’ Samenvallende rechten (zelfde rico Γ©n zelfde b) | oneindig veel oplossingen |
Beide rechten tekenen en aflezen waar ze snijden:
De rechten snijden in (2, 3). Controle: 2 + 1 = 3 β en −2 + 5 = 3 β
Als één (of beide) van de vergelijkingen alleen x Γ³f alleen y bevat, is het stelsel extra makkelijk op te lossen β vaak zonder formele methode!
Vgl 1 geeft direct x = −2 (verticale rechte).
Vul in vgl 2: −2 + 2y = 0 β 2y = 2 β y = 1.
Oplossing: S(−2, 1).
Vgl 1: x = −2. Vgl 2: y = 1.
Oplossing: S(−2, 1) β direct af te lezen!
De rechten staan loodrecht op elkaar (één // x-as, andere // y-as).
Beide rechten gaan door de oorsprong (w = 0 in beide). Hebben ze dezelfde rico?
Vgl 1: y = −x/2 (rico = −1/2). Vgl 2: y = x/2 (rico = 1/2).
Verschillende rico's β snijdend β het enige gemeenschappelijke punt is O(0, 0).
Oplossing: S(0, 0).
Drie methodes β kies de handigste voor het stelsel dat je voor je hebt
Zet beide vergelijkingen in de vorm y = β¦ en stel ze gelijk.
Isoleer één onbekende en vul ze in de andere vergelijking in.
Vermenigvuldig zo dat één onbekende wegvalt bij optellen.
(Niet in het boek, maar zeer intuΓ―tief β vaak de eenvoudigste startmethode.)
Stelsels worden vaak gegeven in een onhandige vorm met haakjes, breuken of decimale getallen. Werk die eerst weg, dan pas oplossen.
Stap 1: Werk haakjes weg in vgl 2: 4x − y − 3 = 5 β 4x − y = 8.
Stap 2: Substitutie: 4x − (2x − 3) = 8 β 4x − 2x + 3 = 8 β 2x = 5 β x = 5/2.
Stap 3: y = 2Β·(5/2) − 3 = 2.
Oplossing: S(5/2, 2).
Vgl 1 Γ 6: 3x − 2y = 18.
Vgl 2 Γ 4: x = 4 − 4y β x + 4y = 4.
Nieuw stelsel zonder breuken:
Combinatie: vgl 2 Γ (−3) β −3x − 12y = −12. Optellen met vgl 1: −14y = 6 β y = −3/7.
x = 4 − 4Β·(−3/7) = 4 + 12/7 = 40/7.
Oplossing: S(40/7, −3/7).
Γ 10 voor elke vergelijking:
Nu makkelijk op te lossen met combinatie of substitutie. Vgl 2 Γ 2 = 4x + 10y = 20. Optellen: 8x = 23 β x = 23/8. Dan y = (10 β 2Β·(23/8))/5 = 17/20.
Een paar vuistregels om snel de handigste methode te kiezen
Bekijk hoe hetzelfde stelsel met de drie methodes wordt opgelost om een gevoel te krijgen voor wanneer welke methode "vlot" is.
y = 5 − x
y = 2x − 1
5 − x = 2x − 1
6 = 3x → x = 2
y = 3
y = 5 − x
2x − (5 − x) = 1
3x − 5 = 1
x = 2
y = 3
x + y = 5
2x − y = 1
ββββββ +
3x = 6 → x = 2
y = 3
Soms krijg je tijdens het uitwerken een vreemde vergelijking. Dat geeft meteen het aantal oplossingen weg:
| Resultaat | Wat betekent het? |
|---|---|
| x = getal, y = getal | 1 oplossing β snijdende rechten |
| 0 = getal ≠ 0 (bv. 0 = 5) | geen oplossing β strikt evenwijdig |
| 0 = 0 (een waar gelijkheid) | oneindig veel oplossingen β samenvallend |
5u-niveau Β· Wat als de vergelijking een onbekende letter (m, a, p, ...) bevat?
Een parameter is een letter (vaak m, p, a, b, β¦) die nog onbekend is. Door een specifieke waarde aan de parameter te geven, krijg je een specifieke rechte of stelsel.
Voorbeeld: in r: 4x + 2y + m = 0 is m de parameter. Voor m = 0 krijg je een rechte door de oorsprong, voor m = −6 krijg je een andere rechte, enz.
Werkwijze: vul de coΓΆrdinaten van P in de vergelijking in en los op naar m.
Voor welke m ligt het punt (1, 3) op de rechte s: 4x + 2y + m = 0?
Voor m = −10 wordt s: 4x + 2y − 10 = 0 en (1, 3) ligt erop. β
Werkwijze: een rechte gaat door O(0, 0) als w = 0 in ux + vy + w = 0.
Vul (0, 0) in en los op naar m.
Voor welke m gaat de rechte s: 4x + 2y + m = 0 door de oorsprong?
Werkwijze: een rechte is // x-as als u = 0 (geen x-term) en v β 0.
Stel de coΓ«fficiΓ«nt van x gelijk aan 0 en los op.
Voor welke m is p: (m − 1)x + (m + 1)y − 3(m + 3) = 0 evenwijdig met de x-as?
Werkwijze: v = 0 (geen y-term) en u β 0.
Voor welke m is p: (m − 1)x + (m + 1)y − 3(m + 3) = 0 evenwijdig met de y-as?
Werkwijze: twee rechten zijn evenwijdig als ze dezelfde rico hebben. Stel de rico's gelijk en los op.
Voor welke m zijn k: 2x + 3y − 11 = 0 en l: mx − 6y − 6 = 0 evenwijdig?
uβx + vβy + wβ = 0 en uβx + vβy + wβ = 0 zijn evenwijdig (of samenvallend) als uβ/uβ = vβ/vβ. Voor het voorbeeld: 2/m = 3/(−6) β 2/m = −1/2 β m = −4.Werkwijze:
Voor welke m heeft het stelsel {y = −4x + 3 ; y = mx + 10} geen oplossing?
Voor welke a en b heeft het stelsel {y = 2x + a ; y = bx + 5} oneindig veel oplossingen?
Voor welke m heeft {x − 2 = 0 ; 3x − my + 7 = 0} geen oplossing?
| Vraag | Werkwijze |
|---|---|
| Punt P(xβ, yβ) op rechte? | Vul (xβ, yβ) in vgl, los op naar m |
| Door oorsprong? | w = 0 (vul (0,0) in) |
| // x-as? | u = 0 (en v β 0) |
| // y-as? | v = 0 (en u β 0) |
| Twee rechten evenwijdig? | Stel rico's gelijk OF uβ/uβ = vβ/vβ |
| Stelsel: geen oplossing? | Zelfde rico, andere b |
| Stelsel: oneindig veel? | Zelfde rico Γ©n zelfde b |
Stelsels in de Γ©chte wereld: chips, thee, mengsels, breuken, getallen, meetkunde
Christian koopt zakjes zoute chips (β¬0,42) en grillchips (β¬0,61). In totaal 23 zakjes voor β¬11,56. Hoeveel van elk?
Stelsel:
Γ 100 voor vgl 2: 42x + 61y = 1156.
Substitutie x = 23 β y: 42(23 β y) + 61y = 1156 β 966 + 19y = 1156 β 19y = 190 β y = 10.
x = 23 β 10 = 13. Antwoord: 13 zoute en 10 grillchips.
In een winkelrek staan pakjes thee van 100 g en 250 g. Totaal 190 pakjes met massa 34 kg. Hoeveel van elk?
Vgl 2 Γ· 50: 2x + 5y = 680. Vgl 1 Γ 2: 2x + 2y = 380. Aftrekken: 3y = 300 β y = 100. x = 90.
Antwoord: 90 pakjes 100g en 100 pakjes 250g.
Een chocolatier maakt 15 kg chocolade van 70% cacao uit twee soorten: 99% en 60%. Hoeveel van elk?
x = kg van 99%, y = kg van 60%.
Γ 100: 99x + 60y = 1050; 60x + 60y = 900. Aftrekken: 39x = 150 β x = 150/39 β 3,85 kg. y β 11,15 kg.
Een 2-cijferig getal heeft cijfersom 15. Wissel je de cijfers, dan is het nieuwe getal 27 minder dan het oude. Bereken het oorspronkelijk getal.
x = tiental, y = eenheden. Het oorspronkelijke getal is 10x + y, het omgewisselde is 10y + x.
Vgl 2 vereenvoudigen: 10y + x β 10x β y = β27 β β9x + 9y = β27 β βx + y = β3 β y = x β 3.
Substitutie in vgl 1: x + (x β 3) = 15 β 2x = 18 β x = 9, y = 6.
Oorspronkelijk getal: 96. Controle: 96 β 69 = 27 β en 9 + 6 = 15 β.
Een breuk x/y. Tel je 2 bij de teller, dan is hij gelijk aan 1. Tel je 1 bij de noemer, dan is hij gelijk aan 5/6. Bereken de breuk.
Vgl 1 Γ y: x + 2 = y β x = y β 2.
Vgl 2 Γ 6(y+1): 6x = 5(y + 1) β 6x = 5y + 5.
Substitutie: 6(y β 2) = 5y + 5 β 6y β 12 = 5y + 5 β y = 17, x = 15.
Breuk: 15/17.
De som van het vijfvoud van een eerste getal en het drievoud van een tweede getal is 264. Het tweede getal is het dubbele van het eerste. Bereken de getallen.
x = eerste getal, y = tweede getal.
Substitutie: 5x + 3Β·(2x) = 264 β 11x = 264 β x = 24, y = 48.
De vraag naar appels: v: x + 10y β 55 = 0. Het aanbod: a: x β 20y + 5 = 0. (x = kg, y = β¬/kg). Bereken het evenwichtspunt.
Bij evenwicht is de vraag = aanbod, dus we lossen het stelsel op.
Vgl 1 β vgl 2: (x β x) + (10y β (β20y)) β 55 β 5 = 0 β 30y = 60 β y = 2 β¬/kg.
x = 55 β 10Β·2 = 35 kg. Evenwicht: 35 kg verkocht aan β¬2/kg.
In een rechthoekige driehoek is de ene rechthoekszijde 1,3 cm langer dan de andere. Verleng je de grootste met 2 cm en verkort je de kleinste met 0,6 cm, dan neemt de oppervlakte met 1,74 cmΒ² toe. Bereken de zijden.
x = grootste rechthoekszijde, y = kleinste. Oppervlakte = (x Β· y)/2.
Werk vgl 2 uit: (x + 2)(y β 0,6) = xy + 3,48 β xy β 0,6x + 2y β 1,2 = xy + 3,48 β β0,6x + 2y = 4,68.
Substitutie x = y + 1,3: β0,6(y + 1,3) + 2y = 4,68 β 1,4y β 0,78 = 4,68 β y = 3,9 cm, x = 5,2 cm.
Schuine zijde via Pythagoras: β(5,2Β² + 3,9Β²) = β42,25 = 6,5 cm.
Test alles wat je geleerd hebt β van cartesische vergelijkingen tot stelsels oplossen
Schrijf de cartesische vergelijking (zonder breuken) in de vorm ... = 0:
a) f(x) = 4x + 5 →
b) f(x) = (1/2)x − 3 →
c) f(x) = −2x + 7 →
4x-y+5=0 (zonder spaties).
Schrijf elke cartesische vergelijking als y = ax + b (gebruik / voor breuken):
a) 6x + 2y − 8 = 0 → y =
b) −5x + y + 2 = 0 → y =
c) 4x − 8y + 16 = 0 → y =
Geef voor elke vergelijking aan welk type rechte het is. Kies uit: oorsprong, schuin, x-as, y-as.
a) 7x + 2y = 0 →
b) 3y − 12 = 0 →
c) −4x + 5 = 0 →
d) 2x − 3y + 1 = 0 →
Stel de cartesische vergelijking op (zonder breuken, in vorm ... = 0) van de rechte door O(0,0) en P(2, −5):
Stel de cartesische vergelijking op (zonder breuken) van de rechte door P(−2, 1) en Q(4, 4):
Stap 1: rico a =
Stap 2: b-waarde =
Stap 3: cartesische vgl. =
Stel de cartesische vergelijking op:
a) Door P(−3, 7) en Q(5, 7) →
b) Door P(−2, 3) en Q(−2, −6) →
Bepaal het aantal oplossingen zonder het stelsel volledig op te lossen (kijk naar rico's en b-waarden):
a) y = 2x + 3 en y = 2x − 5 →
b) y = 3x + 1 en y = −x + 5 →
c) y = (1/2)x + 4 en 2y = x + 8 →
Los op met gelijkstelling. Geef de oplossing als koppel.
x = y =
Los op met substitutie:
x = y =
Los op met combinatie:
x = y =
Los op met combinatie. Tip: vermenigvuldig vgl 2 met 2.
x = y =
Op de speeltuin staan fietsen (2 wielen) en steps (2 wielen, maar laten we voor het voorbeeld kiezen voor driewielers, 3 wielen). In totaal staan er 15 voertuigen met samen 38 wielen.
Hoeveel fietsen (f) en hoeveel driewielers (d) staan er?
f = d =
Los het stelsel op met de methode die jij het handigst vindt:
x = y =
Los op. Hoeveel oplossingen heeft dit stelsel?
Aantal oplossingen:
Onderzoek of het punt op de gegeven rechte ligt. Vul "ja" of "nee" in.
a) r: x = −3, punt (−3, −6) →
b) s: 3x + 2y = 0, punt (−4, 6) →
c) t: y − 6 = 0, punt (0, 0) →
d) q: x − y − 3 = 0, punt (−3, −6) →
Bereken de richtingscoΓ«fficiΓ«nt van de rechte AB. Schrijf "ng" als de rico niet gedefinieerd is.
a) A(2, 0) en B(4, −2) → rico =
b) A(−4, 1) en B(−4, 5) → rico =
c) A(7, 0) en B(0, 5) → rico =
d) A(6, 3) en B(5, 3) → rico =
Bereken de snijpunten met de x-as (Sx) en y-as (Sy). Schrijf "geen" als er geen is.
a) r: 3x + 2y − 12 = 0: Sx = (, 0); Sy = (0, )
b) s: 3x − 9 = 0: Sx = (, 0); Sy =
c) t: 2y − 6 = 0: Sx = ; Sy = (0, )
De rechte heeft rico = −1/2 en gaat door B(−6, 2). Stel de cartesische vergelijking op (zonder breuken):
b-waarde =
Cart. vgl.:
Voor welke waarde van m ligt het punt (2, −1) op de rechte r: 3x + my + 1 = 0?
m =
Voor welke m is de rechte a: (m + 3)x + (m − 5)y + 4 = 0 evenwijdig met de y-as?
m =
Voor welke m zijn deze rechten evenwijdig?
m =
Voor welke m heeft dit stelsel geen oplossing?
m =
Een chocolatier wil 10 kg chocolade van 75% cacao maken uit twee soorten: 90% en 50%. Hoeveel kg van elk?
kg van 90% =
kg van 50% =
Een 2-cijferig getal heeft cijfersom 11. Wissel je de cijfers, dan is het nieuwe getal 27 méér dan het oude. Bereken het oorspronkelijk getal.
Oorspronkelijk getal =
Los op:
x = y =
Los op:
x = y =
Goed gedaan! Klaar voor het basis proefexamen of het pittigere examen 5u-niveau?
Voorkennis nog onzeker? Frist eerstegraadsfuncties op.
Test jezelf onder examencondities Β· 3de jaar 5u-wiskunde
Werk de oefeningen op een blad uit met je volledige berekening. Vul daarna hier je eindantwoorden in en druk op Controleer per vraag. Onderaan zie je je totaalscore.
PDF van 6 pagina's: vragenblad om af te drukken (met ruimte voor uitwerking en naam-/scoreveld) + volledige antwoordsleutel.
Stel telkens de cartesische vergelijking op (zonder breuken, in de vorm ... = 0).
a) Door O(0,0) en A(3, −4): (2 pt)
b) Door P(−1, 2) en Q(3, −6): (3 pt)
c) Evenwijdig met de x-as, door R(−2, 5): (1 pt)
d) Evenwijdig met de y-as, door S(7, −3): (1 pt)
e) De cartesische vergelijking van f(x) = (3/4)x − 2: (1 pt)
Geef voor elke vergelijking aan welk type rechte het is.
a) 5x − 2y = 0: (1 pt)
b) 6y + 18 = 0: (1 pt)
c) 4x − 3y + 12 = 0: (1 pt)
d) 3x − 9 = 0: (1 pt)
e) Geef voor de schuine rechte uit deze lijst de rico (a): (1 pt)
Werk uit op een rooster (op blad) en lees het snijpunt af.
a) Type rechten: (1 pt)
b) Snijpunt: x = y = (2 pt)
c) Aantal oplossingen: (1 pt)
Los het stelsel op met de substitutiemethode (1 pt aanpak, 3 pt uitwerking, 1 pt eindantwoord).
x = y =
Los op met de combinatiemethode (vermenigvuldigen verplicht!).
x = y =
Bepaal het aantal oplossingen en verklaar (de uitleg telt voor de punten).
Aantal oplossingen:
Type rechten:
Stel een stelsel op (3 pt) en los op met een methode naar keuze (5 pt).
In een dierentuin staan kippen (2 poten) en konijnen (4 poten). In totaal staan er 22 dieren met samen 64 poten.
Aantal kippen (k) =
Aantal konijnen (n) =
Combineer alles wat je geleerd hebt.
Gegeven: rechte r: 2x − 3y + 6 = 0 en rechte s door de punten P(0, −1) en Q(3, 5).
a) Cartesische vergelijking van s (zonder breuken): (3 pt)
b) Rico van r: rico van s: (2 pt)
c) Type onderlinge ligging: (1 pt)
d) Snijpunt van r en s: x = y = (4 pt)
Voor wie Γ©cht klaar wil zijn voor het 5u-examen Β· Met parametervragen en mengsels
Dit is een uitgebreid proefexamen op 5u-niveau dat alle reeks 1, 2 Γ©n 3 onderwerpen uit het hoofdstuk dekt. Veel pittiger dan het basis-proefexamen.
Bevat o.a.:
PDF van 8 pagina's: examenvragen (4 pag.) + volledige uitwerking (4 pag.).
| Aspect | Basis (50 pt) | 5u (50 pt) |
|---|---|---|
| Tijd | 50 min | 70 min |
| Cart. vgl. opstellen | 4 manieren (8 pt) | 5 manieren incl. rico+punt (10 pt) |
| Parameters | β | 4 deelvragen (8 pt) |
| Stelsels met breuken | β | 1 vraag (5 pt) |
| Woordvraagstuk | kippen/konijnen (eenvoudig) | mengsel met percentages |
| Synthese | 2 rechten + snijpunt | 3 hoekpunten driehoek (3 stelsels) |
| Onderzoek-vragen | β | 1 vraag (3 pt) |
π‘ Tip: Begin met het basis-proefexamen. Lukt dat goed? Dan ben je klaar voor dit pittigere 5u-examen.